← Terug naar blog
Algebra

Exponenten en logaritmen VWO — uitleg en oefenen

21 januari 2026

Exponenten en logaritmen zijn op het VWO-eindexamen een van de meest gevraagde rekenvaardigheden — ze komen voor in bijna elk domein, van groeifuncties tot integralen. Toch is dit ook het onderwerp waar leerlingen het vaakst vastlopen: de rekenregels lijken simpel maar worden in examenvragen altijd gecombineerd. In dit artikel leggen we alle rekenregels, vergelijkingstechnieken en toepassingen stap voor stap uit.

Wat zijn exponenten en logaritmen?

Een exponent beschrijft herhaalde vermenigvuldiging: an=aaana^n = \underbrace{a \cdot a \cdot \ldots \cdot a}_{n}.

Een logaritme is de omgekeerde bewerking: loga(x)=yay=x\log_a(x) = y \Leftrightarrow a^y = x.

Op het eindexamen werk je bijna altijd met twee specifieke varianten:

  • De gewone logaritme (grondtal 10): log(x)=log10(x)\log(x) = \log_{10}(x)
  • De natuurlijke logaritme (grondtal e2,718e \approx 2{,}718): ln(x)=loge(x)\ln(x) = \log_e(x)

Rekenregels voor exponenten

Deze regels moet je blindelings kennen — ze vormen de basis voor het oplossen van elke exponentiële vergelijking.

aman=am+na^m \cdot a^n = a^{m+n}
aman=amn\frac{a^m}{a^n} = a^{m-n}
(am)n=amn(a^m)^n = a^{mn}
(ab)n=anbn(a \cdot b)^n = a^n \cdot b^n
a0=1(a0)a^0 = 1 \quad (a \neq 0)
an=1ana^{-n} = \frac{1}{a^n}
a1/n=ana^{1/n} = \sqrt[n]{a}
am/n=amn=(an)ma^{m/n} = \sqrt[n]{a^m} = \left(\sqrt[n]{a}\right)^m

Veelgemaakte fout: (a+b)nan+bn(a + b)^n \neq a^n + b^n — de machtsverheffing geldt alleen voor producten, niet voor sommen.

Voorbeelden

Vereenvoudigen:

x3x1x2=x312=x0=1\frac{x^3 \cdot x^{-1}}{x^2} = x^{3-1-2} = x^0 = 1

(4x2y)1/2=2xy1/2=2xy\left(\frac{4x^2}{y}\right)^{1/2} = \frac{2x}{y^{1/2}} = \frac{2x}{\sqrt{y}}


Rekenregels voor logaritmen

log(ab)=loga+logb\log(a \cdot b) = \log a + \log b
log(ab)=logalogb\log\left(\frac{a}{b}\right) = \log a - \log b
log(an)=nloga\log(a^n) = n \cdot \log a
loga(ax)=x\log_a(a^x) = x
aloga(x)=xa^{\log_a(x)} = x

Omzetten van grondtal (VWO):
loga(x)=lnxlna=logxloga\log_a(x) = \frac{\ln x}{\ln a} = \frac{\log x}{\log a}

Let op: log(a+b)loga+logb\log(a + b) \neq \log a + \log b — de productieregel geldt alleen voor vermenigvuldiging, niet voor optelling.

Voorbeelden

log(50)+log(2)=log(100)=2\log(50) + \log(2) = \log(100) = 2

ln(e3)=3\ln(e^3) = 3

log2(32)=log2(25)=5\log_2(32) = \log_2(2^5) = 5


Exponentiële vergelijkingen oplossen

Methode 1: gelijke grondtallen

Als beide kanten hetzelfde grondtal hebben, stel je de exponenten gelijk:

23x1=253x1=5x=22^{3x-1} = 2^5 \Rightarrow 3x - 1 = 5 \Rightarrow x = 2

Methode 2: logaritme nemen

Als de grondtallen verschillen, neem je aan beide kanten de logaritme:

3x=203^x = 20
xlog3=log20x \cdot \log 3 = \log 20
x=log20log32,727x = \frac{\log 20}{\log 3} \approx 2{,}727

Of met de natuurlijke logaritme: x=ln20ln3x = \dfrac{\ln 20}{\ln 3} — zelfde uitkomst.

Methode 3: substitutie

Bij een vergelijking als 4x32x+2=04^x - 3 \cdot 2^x + 2 = 0: schrijf 4x=(22)x=(2x)24^x = (2^2)^x = (2^x)^2 en stel p=2xp = 2^x:

p23p+2=0(p1)(p2)=0p^2 - 3p + 2 = 0 \Rightarrow (p-1)(p-2) = 0
p=12x=1x=0p = 1 \Rightarrow 2^x = 1 \Rightarrow x = 0
p=22x=2x=1p = 2 \Rightarrow 2^x = 2 \Rightarrow x = 1


Logaritmische vergelijkingen oplossen

Methode 1: terugschrijven naar exponent

log3(x)=4x=34=81\log_3(x) = 4 \Rightarrow x = 3^4 = 81

ln(x)=2x=e2\ln(x) = -2 \Rightarrow x = e^{-2}

Methode 2: samenvoegen met rekenregels

log(x)+log(x3)=1\log(x) + \log(x-3) = 1
log(x(x3))=1\log(x(x-3)) = 1
x(x3)=10x(x-3) = 10
x23x10=0(x5)(x+2)=0x^2 - 3x - 10 = 0 \Rightarrow (x-5)(x+2) = 0

Oplossingen: x=5x = 5 of x=2x = -2.

Check: x=2x = -2 geeft log(2)\log(-2) — niet gedefinieerd! Dus alleen x=5x = 5.

Altijd controleren: logaritmen zijn alleen gedefinieerd voor positieve argumenten.


Exponentiële groeifuncties

Op het eindexamen wiskunde A en B zijn exponentiële modellen onvermijdelijk.

Het model

f(t)=agtf(t) = a \cdot g^t

Waarbij:

  • aa = beginwaarde (bij t=0t = 0)
  • gg = groeifactor per tijdseenheid
  • g>1g > 1: groei, 0<g<10 < g < 1: afname

Percentuele groei omzetten naar groeifactor:

  • 5% groei per jaar → g=1,05g = 1{,}05
  • 8% afname per jaar → g=0,92g = 0{,}92

Verdubbelingstijd en halveringstijd

Verdubbelingstijd T2T_2: na welke tijd is de waarde verdubbeld?

gT2=2T2=log2logg=ln2lngg^{T_2} = 2 \Rightarrow T_2 = \frac{\log 2}{\log g} = \frac{\ln 2}{\ln g}

Halveringstijd T1/2T_{1/2}: na welke tijd is de waarde gehalveerd?

gT1/2=0,5T1/2=log0,5loggg^{T_{1/2}} = 0{,}5 \Rightarrow T_{1/2} = \frac{\log 0{,}5}{\log g}

Het ee-model (VWO)

Op VWO kom je ook de notatie f(t)=aektf(t) = a \cdot e^{kt} tegen:

  • k>0k > 0: groei
  • k<0k < 0: afname (bijv. radioactief verval)

Omzetten: agt=aetlnga \cdot g^t = a \cdot e^{t \ln g}, dus k=lngk = \ln g.


Differentieren met exponenten en logaritmen

Op VWO wiskunde B moeten ook de afgeleiden beheerst worden.

Functie Afgeleide
exe^x exe^x
ef(x)e^{f(x)} f(x)ef(x)f'(x) \cdot e^{f(x)}
axa^x axlnaa^x \cdot \ln a
ln(x)\ln(x) 1x\dfrac{1}{x}
ln(f(x))\ln(f(x)) f(x)f(x)\dfrac{f'(x)}{f(x)}
log(x)\log(x) 1xln10\dfrac{1}{x \ln 10}

Voorbeeld: f(x)=e3x2f(x) = e^{3x^2}

Via de kettingregel: f(x)=6xe3x2f'(x) = 6x \cdot e^{3x^2}

Voorbeeld: g(x)=ln(x2+1)g(x) = \ln(x^2 + 1)

g(x)=2xx2+1g'(x) = \dfrac{2x}{x^2 + 1}


Integreren met ee en ln\ln

Functie Primitieve
exe^x ex+Ce^x + C
eaxe^{ax} 1aeax+C\dfrac{1}{a}e^{ax} + C
1x\dfrac{1}{x} $\ln
f(x)f(x)\dfrac{f'(x)}{f(x)} $\ln

Voorbeeld: 2xx2+1dx=ln(x2+1)+C\int \dfrac{2x}{x^2+1}\, dx = \ln(x^2 + 1) + C

(teller is de afgeleide van de noemer → logaritmische primitieve)


Typische examenopgaven

  1. Vergelijking oplossen: 52x45x+3=05^{2x} - 4 \cdot 5^x + 3 = 0 — substitutie met p=5xp = 5^x
  2. Tijdstip bepalen: wanneer is een populatie 3× zo groot als de beginwaarde?
  3. Groeifactor bepalen: gegeven dat f(0)=200f(0) = 200 en f(10)=350f(10) = 350, vind gg
  4. Afgeleide berekenen van f(x)=x2exf(x) = x^2 \cdot e^{-x} — productregel + kettingregel
  5. Integraal berekenen van 1e3xdx\int_1^e \dfrac{3}{x}\, dx
  6. Logaritmische vergelijking met domeincheck

Veelgemaakte fouten

  • log(a+b)loga+logb\log(a + b) \neq \log a + \log b — dit is de meest gemaakte fout bij logaritmen
  • Domeincheck vergetenlog(x)\log(x) is alleen gedefinieerd voor x>0x > 0; check altijd de gevonden oplossingen
  • Grondtal vergeten bij differentieren(ax)=axlna(a^x)' = a^x \cdot \ln a, niet gewoon axa^x
  • Substitutie niet terugschrijven — na substitutie p=2xp = 2^x moet je de gevonden pp-waarden terugvertalen naar xx
  • Halveringstijd negatief — als g<1g < 1 geeft de logaritme-formule automatisch een negatieve waarde; neem de absolute waarde

Examentips

  • Herleid altijd naar één logaritme voor je verder rekent — verwijder producten via de som-regel
  • Test je antwoord door het terug in te vullen in de originele vergelijking
  • Ken de omzettingen gkg \leftrightarrow k: k=lngk = \ln g en g=ekg = e^k — ze komen op elk VWO-examen voor
  • Bij twijfel over de afgeleide: gebruik de kettingregel systematisch, van buiten naar binnen

Oefen nu met exponenten- en logaritmevragen van het eindexamen op MijnExamenCoach — met directe AI-nakijking. Of ga direct naar de examenoverzichtspagina voor echte tijdvakken.

Oefen nu met echte eindexamenvragen

Maak een foto van je uitwerking en ontvang directe AI-nakijking op het officiële puntenschema. Gratis proberen met 10 nakijkingen.

    Exponenten en logaritmen VWO — uitleg en oefenen | MijnExamenCoach