Van de 1544 leerlingen die aangaven dat zij rookten of ooit gerookt hadden, gaven 712 leerlingen aan in de afgelopen maand nog gerookt te hebben. Deze groep van 712 leerlingen noemen we 'de rokers'. Tabel 3 toont de verdeling naar gemiddeld aantal sigaretten per dag:
| Gemiddeld aantal sigaretten per dag | Aantal leerlingen |
|-------------------------------------|------------------|
| minder dan één sigaret (< 1) | 364 |
| één tot en met tien sigaretten (1–10) | 255 |
| meer dan tien sigaretten (> 10) | 93 |
| totaal | 712 |
In de figuur staan vier schetsen van relatieve frequentiepolygonen (a, b, c, d).





Welke van de vier relatieve frequentiepolygonen (a, b, c of d) geeft de verdeling waarschijnlijk het best weer? Licht je antwoord toe.
Maak je uitwerking op papier
Upload daarna een foto voor AI-beoordeling
Jouw persoonlijke AI tutor
Laat mij je helpen deze vraag beter te begrijpen
Docent
Stelt je vragen, geeft geen antwoorden