Vraag 14Hart-lopen
4 punten

Jan, die een marathon gaat lopen, heeft een maximale hartslag van 190 slagen per minuut en een hartslag in rust van 60 slagen per minuut.

Z=15MR(formule 3)v=Z3,74(formule 4)Z = 15 \cdot \dfrac{M}{R} \quad \text{(formule 3)} \qquad v = \dfrac{Z}{3{,}74} \quad \text{(formule 4)}

Figuur 1 bij vraag 14
Klik om te vergroten

Bereken met behulp van de formules 3 en 4 de tijd die hij op de marathon gaat lopen. Geef je antwoord in gehele minuten.

Maak je uitwerking op papier

Upload daarna een foto voor AI-beoordeling