Vraag 4Sloeproeien
3 punten

Bij een wedstrijd hebben de roeiers in sloep 1 en sloep 2 een afstand van 17,3 km geroeid. Voor sloep 1 is de waarde van PP al berekend. Zie de tabel.

| sloep | nn | AA | BB | vv (m/s) | PP (watt) |
|-------|-----|-------|------|-----------|------------|
| 1 | 8 | 21,36 | 0,05 | 2,62 | 73,1 |
| 2 | 10 | 23,04 | 0,08 | … | … |

De waarde van WW is afhankelijk van de vorm van de sloep en de gemiddelde snelheid van de sloep. Er geldt:

W=A1Bv2(formule 1)W = \dfrac{A}{1 - B \cdot v^2} \quad \text{(formule 1)}

Hierin zijn AA en BB constanten die afhankelijk zijn van de vorm van de sloep en is vv de gemiddelde snelheid van de sloep in m/s.

Het gemiddelde geleverde vermogen PP per roeier in watt:

P=1nWv3(formule 2)P = \dfrac{1}{n} \cdot W \cdot v^3 \quad \text{(formule 2)}

Hierin is nn het aantal roeiers in de sloep, WW de waarde die volgt uit formule 1 en vv de gemiddelde snelheid van de sloep in m/s.

Stel dat een van de acht roeiers in sloep 1 niet mee roeit maar alleen stuurt en dat voor de overige zeven roeiers het gemiddelde geleverde vermogen PP per roeier 73,1 watt blijft. Volgens de formules zou dan de gemiddelde snelheid van deze sloep (met nu dus zeven roeiers) lager zijn dan de 2,62 m/s in de tabel.

Figuur 1 bij vraag 4
Klik om te vergroten

Bereken de gemiddelde snelheid van sloep 1 in m/s in deze situatie. Geef je eindantwoord in twee decimalen.

Maak je uitwerking op papier

Upload daarna een foto voor AI-beoordeling