Wiskunde A 2022 · Tijdvak 1/
CO2-concentratie in de atmosfeer
3 pt
Vraag 9CO2-concentratie in de atmosfeer
3 punten

Vanaf 1959 heeft Charles David Keeling de CO2\text{CO}_2-concentratie in de atmosfeer gemeten. Deze metingen laten zien dat de CO2\text{CO}_2-concentratie in de atmosfeer in de loop van de jaren flink is toegenomen. In figuur 1 zijn voor de periode 1959–2015 de jaargemiddelden van de CO2\text{CO}_2-concentratie weergegeven. De gebruikte eenheid van de CO2\text{CO}_2-concentratie is ppm (parts per million): het aantal CO2\text{CO}_2-deeltjes per miljoen luchtdeeltjes. Figuur 1 staat vergroot afgedrukt op de uitwerkbijlage.

De CO2\text{CO}_2-concentratie blijft toenemen. In 2000 was het jaargemiddelde 369,5369{,}5 ppm, in 2015 was dit opgelopen tot 400,8400{,}8 ppm.

Wereldwijd worden er afspraken gemaakt met als doel de CO2\text{CO}_2-concentratie omlaag te brengen. Veronderstel dat het inderdaad lukt om de CO2\text{CO}_2-concentratie na 2015 zodanig te laten dalen dat het jaargemiddelde in 2050 nog maar 350350 ppm is. Dan kan er bijvoorbeeld sprake zijn van afname volgens

  • een lineair verband of
  • een exponentieel verband.

In beide gevallen is het jaargemiddelde in 2015 gelijk en is ook het jaargemiddelde in 2050 gelijk. Echter, een CO2\text{CO}_2-concentratie van bijvoorbeeld 375375 ppm wordt in het ene geval op een eerder moment bereikt dan in het andere geval.

Figuur 1 bij vraag 9
Klik om te vergroten
Figuur 2 bij vraag 9
Klik om te vergroten

Leg uit, zonder berekeningen te geven, in welk van de twee genoemde gevallen de CO2\text{CO}_2-concentratie het eerst de waarde 375375 ppm bereikt.

Maak je uitwerking op papier

Upload daarna een foto voor AI-beoordeling