Vanaf 1959 heeft Charles David Keeling de -concentratie in de atmosfeer gemeten. Deze metingen laten zien dat de -concentratie in de atmosfeer in de loop van de jaren flink is toegenomen. In figuur 1 zijn voor de periode 1959–2015 de jaargemiddelden van de -concentratie weergegeven. De gebruikte eenheid van de -concentratie is ppm (parts per million): het aantal -deeltjes per miljoen luchtdeeltjes. Figuur 1 staat vergroot afgedrukt op de uitwerkbijlage.
De -concentratie blijft toenemen. In 2000 was het jaargemiddelde ppm, in 2015 was dit opgelopen tot ppm.
Wereldwijd worden er afspraken gemaakt met als doel de -concentratie omlaag te brengen. Veronderstel dat het inderdaad lukt om de -concentratie na 2015 zodanig te laten dalen dat het jaargemiddelde in 2050 nog maar ppm is. Dan kan er bijvoorbeeld sprake zijn van afname volgens
- een lineair verband of
- een exponentieel verband.
In beide gevallen is het jaargemiddelde in 2015 gelijk en is ook het jaargemiddelde in 2050 gelijk. Echter, een -concentratie van bijvoorbeeld ppm wordt in het ene geval op een eerder moment bereikt dan in het andere geval.


Leg uit, zonder berekeningen te geven, in welk van de twee genoemde gevallen de -concentratie het eerst de waarde ppm bereikt.
Maak je uitwerking op papier
Upload daarna een foto voor AI-beoordeling
Jouw persoonlijke AI tutor
Laat mij je helpen deze vraag beter te begrijpen
Docent
Stelt je vragen, geeft geen antwoorden