Vraag 4Viscositeit
4 punten

Er wordt veel onderzoek gedaan naar de viscositeit van vloeistoffen. De viscositeit van een vloeistof is een getal dat aangeeft hoe stroperig die vloeistof is: hoe groter de viscositeit, hoe stroperiger die vloeistof. Suiker kun je in water oplossen. De concentratie suiker bepaalt de viscositeit van de vloeistof die zo ontstaat. Aan het begin van de twintigste eeuw is het volgende theoretische verband afgeleid tussen de concentratie suiker en de viscositeit:

V=1+0,5C(1C)4V = \dfrac{1 + 0{,}5C}{(1 - C)^4}

Hierin is VV de viscositeit en CC de concentratie suiker. Hierbij wordt met een concentratie van bijvoorbeeld C=0,3C = 0{,}3 bedoeld dat het volume van de suiker 30% van het totale volume van de vloeistof is.

Tessa heeft een glas water gekregen waarin suiker is opgelost. De concentratie suiker in het water is 0,17. Vervolgens voegt ze nog meer suiker toe. Na deze toevoeging blijkt de viscositeit verdubbeld te zijn.

Bereken de concentratie suiker in het water na deze toevoeging. Geef je eindantwoord in twee decimalen.

Maak je uitwerking op papier

Upload daarna een foto voor AI-beoordeling