Wiskunde A 2022 · Tijdvak 3/
Onderwijs in vroeger tijden
4 pt
Vraag 17Onderwijs in vroeger tijden
4 punten

De heer Uil heeft een schatting gemaakt van het aantal volwassenen dat kon schrijven door verzoekschriften te bekijken. De indieners ondertekenden met een handtekening (konden schrijven) of een merk (konden waarschijnlijk niet schrijven). In de tabel is te zien hoeveel handtekeningen en merken er gezet zijn.

| Periode | Mannen handtekening | Mannen merk | Vrouwen handtekening | Vrouwen merk | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| 1609–1650 | 265 | 102 | — | — | 367 |
| 1651–1700 | 556 | 85 | 4 | 2 | 647 |
| 1701–1750 | 530 | 80 | 103 | 83 | 796 |
| 1751–1800 | 1735 | 181 | 255 | 68 | 2239 |

Formule voor φ\varphi (phi):

φ=adbc(a+b)(a+c)(b+d)(c+d)\varphi = \dfrac{ad - bc}{\sqrt{(a+b)(a+c)(b+d)(c+d)}}

waarvan a,b,c,da, b, c, d absolute aantallen zijn in een 2×22 \times 2 kruistabel.

Vuistregel: als φ>0,4|\varphi| > 0{,}4 dan "groot"; als 0,2<φ0,40{,}2 < |\varphi| \leq 0{,}4 dan "middelmatig"; als φ0,2|\varphi| \leq 0{,}2 dan "gering".

Figuur 1 bij vraag 17
Klik om te vergroten
Figuur 2 bij vraag 17
Klik om te vergroten

Je kunt uit de gegevens afleiden dat er verschil is tussen mannen en vrouwen wat betreft het gebruik van een handtekening of een merk. Bepaal met behulp van het formuleblad of dit verschil in de periode 1701–1750 gering, middelmatig of groot is.

Maak je uitwerking op papier

Upload daarna een foto voor AI-beoordeling