Vraag 9Gelijke hoeken
5 punten

Gegeven is de lijn kk met vectorvoorstelling (xy)=(294)+s(512)\begin{pmatrix} x \\ y \end{pmatrix} = \begin{pmatrix} 29 \\ 4 \end{pmatrix} + s \begin{pmatrix} 5 \\ 12 \end{pmatrix} en de lijn ll met vectorvoorstelling (xy)=(024)+t(34)\begin{pmatrix} x \\ y \end{pmatrix} = \begin{pmatrix} 0 \\ 24 \end{pmatrix} + t \begin{pmatrix} 3 \\ 4 \end{pmatrix}.

De lijnen kk en ll snijden elkaar in een punt SS.

Lijn mm is een lijn met vectorvoorstelling (xy)=(0b)+u(1a)\begin{pmatrix} x \\ y \end{pmatrix} = \begin{pmatrix} 0 \\ b \end{pmatrix} + u \begin{pmatrix} 1 \\ a \end{pmatrix}.

De waarden van aa en bb kunnen zo worden gekozen dat mm de scherpe hoek die de lijnen kk en ll met elkaar maken, in twee gelijke hoeken verdeelt.

In deze situatie geldt a=134a = 1\tfrac{3}{4}.

Figuur 1 bij vraag 9
Klik om te vergroten

Bereken exact de waarde van bb.

Maak je uitwerking op papier

Upload daarna een foto voor AI-beoordeling