Vraag 3IJsbol
4 punten

De snelheid waarmee een ijsklontje smelt, hangt onder andere af van de verhouding tussen de oppervlakte AA in cm² en het volume VV in cm³ van het ijsklontje. Deze verhouding wordt uitgedrukt in het quotiënt AV\dfrac{A}{V}.

Voorbeeld: bij een kubusvormig ijsklontje met ribben van 3 cm is dit quotiënt gelijk aan 5427=2\dfrac{54}{27} = 2.

Er zijn ook bolvormige ijsklontjes ofwel ijsbollen. Zie de foto. Voor een bol met straal rr gelden voor AA en VV de formules A=4πr2A = 4\pi r^2 en V=43πr3V = \dfrac{4}{3}\pi r^3.

Bij een ijsbol met hetzelfde volume als het genoemde kubusvormige ijsklontje met ribben van 3 cm is het quotiënt AV\dfrac{A}{V} kleiner dan 2.

Figuur 1 bij vraag 3
Klik om te vergroten
Figuur 2 bij vraag 3
Klik om te vergroten

Bereken algebraïsch dit quotiënt bij deze ijsbol. Rond je eindantwoord af op 2 decimalen.

Maak je uitwerking op papier

Upload daarna een foto voor AI-beoordeling