De snelheid waarmee een ijsklontje smelt, hangt onder andere af van de verhouding tussen de oppervlakte in cm² en het volume in cm³ van het ijsklontje. Deze verhouding wordt uitgedrukt in het quotiënt .
Voorbeeld: bij een kubusvormig ijsklontje met ribben van 3 cm is dit quotiënt gelijk aan .
Er zijn ook bolvormige ijsklontjes ofwel ijsbollen. Zie de foto. Voor een bol met straal gelden voor en de formules en .
Bij een ijsbol met hetzelfde volume als het genoemde kubusvormige ijsklontje met ribben van 3 cm is het quotiënt kleiner dan 2.


Bereken algebraïsch dit quotiënt bij deze ijsbol. Rond je eindantwoord af op 2 decimalen.
Maak je uitwerking op papier
Upload daarna een foto voor AI-beoordeling
Jouw persoonlijke AI tutor
Laat mij je helpen deze vraag beter te begrijpen
Docent
Stelt je vragen, geeft geen antwoorden