In sportscholen vind je apparaten waarmee je een roeibeweging simuleert. Zo’n apparaat wordt een roei-ergometer genoemd.
In figuur 1 zie je een serie zijaanzichten van de beweging van een roeier op een roei-ergometer.
Doordat het voetenbord vast zit, blijven de voeten vast op één punt. Wanneer de roeier de benen strekt en weer buigt, beweegt het zitje horizontaal van voor naar achter en weer terug. De roeibeweging begint op moment 1, waarna de roeier zijn benen strekt (momenten 2 en 3). Daarna worden de benen weer gebogen (momenten 4 en 5).
In figuur 2 zie je een model van een roeier op de momenten 1 en 3. Deze figuur staat ook op de uitwerkbijlage. Het punt is de voet, is de knie en is de heup (die in dit model samenvalt met het zitje).
In dit model geldt:
- De lengte van het bovenbeen is cm.
- De lengte van het onderbeen is cm.
- Het hoogteverschil tussen heup en voet is cm.
- Tussen de momenten 1 en 3 schuift het zitje cm naar voren.
- De hoek tussen bovenbeen en onderbeen op moment 1 is .
- is het punt recht onder de heup, op dezelfde hoogte als de voet.
Met wordt de positie van op moment 1 bedoeld enzovoorts.
Op moment 1 is de afstand tussen de heup en de voet () ongeveer cm. Deze afstand kan exact berekend worden.



Bereken exact de afstand in cm tussen de heup en de voet op moment 1.
Je kunt hierbij de figuur op de uitwerkbijlage gebruiken.
Maak je uitwerking op papier
Upload daarna een foto voor AI-beoordeling
Jouw persoonlijke AI tutor
Laat mij je helpen deze vraag beter te begrijpen
Docent
Stelt je vragen, geeft geen antwoorden