Wiskunde B 2021 · Tijdvak 2/
Exoten en rodelijstsoorten
4 pt
Vraag 10Exoten en rodelijstsoorten
4 punten

De bruine rat, de Japanse oester en de Amerikaanse vogelkers zijn voorbeelden van dier- en plantensoorten die oorspronkelijk niet in Nederland voorkwamen, maar die bewust of onbewust door de mens in Nederland zijn ingevoerd. Zulke soorten worden exoten genoemd.

In figuur 1 is voor de periode 1910 – 2000 eens per tien jaar, telkens op 1 januari van het aangegeven jaar, het aantal exoten in Nederland weergegeven. In deze figuur is ook een grafiek weergegeven die de ontwikkeling van deze aantallen benadert.

Uit figuur 1 valt af te lezen dat het aantal exoten in Nederland in de periode van 1 januari 1910 tot 1 januari 1950 van 22 tot 46 is toegenomen.

Neem aan dat het aantal exoten sinds 1 januari 1910 exponentieel is gegroeid. Dan volgt uit de gegevens voor de periode 1910 – 1950 dat dit aantal elke tien jaar met ongeveer 20% is toegenomen.

Figuur 1 bij vraag 10
Klik om te vergroten
Figuur 2 bij vraag 10
Klik om te vergroten

Bereken met behulp van de gegevens van 1910 en 1950 het percentage nauwkeuriger. Geef je eindantwoord in één decimaal.

Maak je uitwerking op papier

Upload daarna een foto voor AI-beoordeling