Vraag 12Wind aan zee
5 punten

Wind heeft een richting en een snelheid. Op een warme zomerdag worden aan de kust de windrichting en de windsnelheid door twee processen bepaald:

  • de luchtstroming van een gebied met hoge luchtdruk naar een gebied met lage luchtdruk: dit is wind wd\vec{w_d}.
  • de luchtstroming die ontstaat doordat de temperatuur boven zee anders is dan boven land: dit is wind wz\vec{w_z}. Deze wind staat loodrecht op de kustlijn en waait richting het land.

De resulterende wind wr=wz+wd\vec{w_r} = \vec{w_z} + \vec{w_d}.

Op een plek langs de Nederlandse kust (in figuur 2 het punt OO) maakt de kustlijn een hoek van 30°30° met het noorden. Op zekere dag waait de wind wd\vec{w_d} met een snelheid van 5 m/s in zuidwestelijke richting. De wind wz\vec{w_z} heeft een snelheid van 3 m/s en staat loodrecht op de kustlijn. In figuur 2 zijn de lijn noord-zuid en de lijn oost-west de assen van het assenstelsel. De lijn door OO waarop vector wd\vec{w_d} op ligt, is gestippeld getekend; die maakt dus een hoek van 45°45° met het noorden.
Figuur 2 staat ook op de uitwerkbijlage.

Figuur 1 bij vraag 12
Klik om te vergroten

Bereken algebraïsch de snelheid in m/s van de resulterende wind. Geef je eindantwoord in één decimaal. Je kunt bij deze vraag de uitwerkbijlage gebruiken.

Maak je uitwerking op papier

Upload daarna een foto voor AI-beoordeling