Wind heeft een richting en een snelheid. Op een warme zomerdag worden aan de kust de windrichting en de windsnelheid door twee processen bepaald:
- de luchtstroming van een gebied met hoge luchtdruk naar een gebied met lage luchtdruk: dit is wind .
- de luchtstroming die ontstaat doordat de temperatuur boven zee anders is dan boven land: dit is wind . Deze wind staat loodrecht op de kustlijn en waait richting het land.
De resulterende wind .
Op een plek langs de Nederlandse kust (in figuur 2 het punt ) maakt de kustlijn een hoek van met het noorden. Op zekere dag waait de wind met een snelheid van 5 m/s in zuidwestelijke richting. De wind heeft een snelheid van 3 m/s en staat loodrecht op de kustlijn. In figuur 2 zijn de lijn noord-zuid en de lijn oost-west de assen van het assenstelsel. De lijn door waarop vector op ligt, is gestippeld getekend; die maakt dus een hoek van met het noorden.
Figuur 2 staat ook op de uitwerkbijlage.

Bereken algebraïsch de snelheid in m/s van de resulterende wind. Geef je eindantwoord in één decimaal. Je kunt bij deze vraag de uitwerkbijlage gebruiken.
Maak je uitwerking op papier
Upload daarna een foto voor AI-beoordeling
Jouw persoonlijke AI tutor
Laat mij je helpen deze vraag beter te begrijpen
Docent
Stelt je vragen, geeft geen antwoorden