Vraag 11Wind aan zee
4 punten

Wind heeft een richting en een snelheid. Daarom kan wind als een vector worden weergegeven. In de figuren bij deze opgave wordt een wind met een snelheid van 1 m/s weergegeven als een vector van 1 cm.

Op een warme zomerdag worden aan de kust de windrichting en de windsnelheid door twee processen bepaald:

  • de luchtstroming van een gebied met hoge luchtdruk naar een gebied met lage luchtdruk: dit is wind wd\vec{w_d}.
  • de luchtstroming die ontstaat doordat de temperatuur boven zee anders is dan boven land: dit is wind wz\vec{w_z}. We gaan er in deze opgave van uit dat deze wind loodrecht op de kustlijn staat en richting het land waait.

In figuur 1 is een voorbeeldsituatie getekend waarbij wind wd\vec{w_d} in westelijke richting waait.

De resulterende wind wr\vec{w_r} is de wind zoals die wordt ervaren door iemand die zich aan de kust in punt OO bevindt. Er geldt: wr=wz+wd\vec{w_r} = \vec{w_z} + \vec{w_d}.

Op de uitwerkbijlage is een deel van een kust getekend. Er geldt:

  • De wind wz\vec{w_z} waait met een snelheid van 4 m/s landinwaarts.
  • De wind wd\vec{w_d} waait met een snelheid van 6 m/s.
  • De resulterende wind wr\vec{w_r} waait evenwijdig met de kustlijn.

Op basis van bovenstaande drie gegevens zijn er twee mogelijkheden voor wd\vec{w_d}.

Figuur 1 bij vraag 11
Klik om te vergroten

Teken op de uitwerkbijlage deze twee vectoren wd\vec{w_d}. Neem daarbij punt OO als beginpunt van wd\vec{w_d}. Licht je aanpak toe.

Maak je uitwerking op papier

Upload daarna een foto voor AI-beoordeling