Een aardbeving ontstaat op een plek in de aarde. Het punt recht boven die plek, op het aardoppervlak, heet het epicentrum van die aardbeving. We bekijken in deze opgave een model over aardbevingen, waarbij we ervan uitgaan dat de aardbeving in het epicentrum ontstaat.
Bij een aardbeving ontstaan verschillende typen golven in de aarde: primaire golven en secundaire golven. Primaire golven zijn sneller dan secundaire golven. We nemen in deze opgave aan dat een primaire golf een constante snelheid van km/s heeft en een secundaire golf een constante snelheid van km/s.
Een seismograaf is een meetinstrument waarmee je primaire en secundaire golven van elkaar kunt onderscheiden. Bij een bepaalde aardbeving registreert een seismograaf in een meetstation dat de eerste secundaire golf 17 seconden na de eerste primaire golf bij het meetstation aankomt. Met deze gegevens kun je de afstand (in km) van de seismograaf tot het epicentrum van de aardbeving bepalen.


Bereken deze afstand .
Maak je uitwerking op papier
Upload daarna een foto voor AI-beoordeling
Jouw persoonlijke AI tutor
Laat mij je helpen deze vraag beter te begrijpen
Docent
Stelt je vragen, geeft geen antwoorden