Vraag 6Aardbevingen
6 punten

Een aardbeving ontstaat op een plek in de aarde. Het punt recht boven die plek, op het aardoppervlak, heet het epicentrum van die aardbeving. We bekijken in deze opgave een model over aardbevingen, waarbij we ervan uitgaan dat de aardbeving in het epicentrum ontstaat.

Bij een aardbeving ontstaan verschillende typen golven in de aarde: primaire golven en secundaire golven. Primaire golven zijn sneller dan secundaire golven. We nemen in deze opgave aan dat een primaire golf een constante snelheid van 66 km/s heeft en een secundaire golf een constante snelheid van 3,53{,}5 km/s.

Om de plaats van het epicentrum te bepalen worden de meetgegevens van verschillende meetstations gecombineerd. In een bepaald gebied staan twee meetstations: SS en TT. Meetstation TT ligt 192192 km oostelijker en 128128 km noordelijker dan meetstation SS.

Uit de metingen in meetstation SS volgt dat het epicentrum van de aardbeving op een afstand van 240240 km van dit meetstation SS ligt.
Uit de metingen in meetstation TT volgt dat het epicentrum op 8080 km van dit meetstation TT ligt.

Op grond van deze gegevens zijn er twee mogelijke plaatsen van het epicentrum aan te wijzen. Om deze plaatsen te bepalen worden de meetstations in een assenstelsel geplaatst, waarbij meetstation SS in de oorsprong ligt. De coördinaten van meetstation TT zijn dan (192,128)(192, 128).
Zie de figuur.

Figuur 1 bij vraag 6
Klik om te vergroten

Bereken algebraïsch de coördinaten van de twee mogelijke plaatsen van het epicentrum in kilometers. Geef de coördinaten in je eindantwoord als gehele getallen.

Maak je uitwerking op papier

Upload daarna een foto voor AI-beoordeling