De zwaarte van een aardbeving wordt uitgedrukt in een getal: de magnitude. Een zware aardbeving heeft een grote magnitude, een lichte aardbeving heeft een kleine magnitude. De United States Geological Survey heeft voor verschillende magnitudes onderzocht hoe vaak aardbevingen met die magnitude in een bepaald gebied voorkwamen.
Zie de tabel.
| magnitude | gemiddeld aantal aardbevingen per jaar |
|---|---|
| – | |
| – | |
| – | |
| – | |
| – | |
| – | |
De onderzoekers Gutenberg en Richter hebben een model ontwikkeld om het aantal aardbevingen per jaar in een gebied te voorspellen. Dit model is van de vorm:
Hierin is de magnitude en het te verwachten aantal aardbevingen per jaar met deze magnitude of groter. De waarden en zijn constanten.

Uit de tabel kun je afleiden dat er gemiddeld aardbevingen per jaar zijn met een magnitude van of groter. Ook kun je afleiden dat er gemiddeld aardbevingen per jaar zijn met een magnitude van of groter.
Met behulp van deze twee gegevens is het mogelijk de waarden van en uit te rekenen. Vervolgens kun je met dat model een voorspelling doen van het aantal aardbevingen per jaar met een magnitude van of groter.
Onderzoek hoeveel die voorspelling afwijkt van de gegevens in de tabel. Geef je eindantwoord als geheel getal.
Maak je uitwerking op papier
Upload daarna een foto voor AI-beoordeling
Jouw persoonlijke AI tutor
Laat mij je helpen deze vraag beter te begrijpen
Docent
Stelt je vragen, geeft geen antwoorden