Vraag 7Hoogwater
5 punten

De hoeveelheid water die door een rivier wordt afgevoerd, varieert van moment tot moment. De hoeveelheid water die de rivier maximaal kan afvoeren, noemen we de capaciteit van de rivier. Om te kunnen inschatten hoe vaak een overstroming plaatsvindt, gebruiken we het volgende model:
C=abln ⁣(ln ⁣(TT1))met T>1(formule 1)C = a - b \cdot \ln\!\left(\ln\!\left(\dfrac{T}{T-1}\right)\right) \quad \text{met } T > 1 \qquad \text{(formule 1)}
Hierin is CC de capaciteit in m³/s en TT de herhalingstijd. Er geldt altijd: a>0a > 0 en b>0b > 0.

Uit formule 1 is af te leiden dat voor de afgeleide van CC geldt:
dCdT=bT(T1)ln ⁣(TT1)met T>1(formule 2)\dfrac{dC}{dT} = \dfrac{b}{T \cdot (T-1) \cdot \ln\!\left(\dfrac{T}{T-1}\right)} \quad \text{met } T > 1 \qquad \text{(formule 2)}

Bewijs formule 2.

Maak je uitwerking op papier

Upload daarna een foto voor AI-beoordeling